
Shetland
Shetland in het kort: 19 uur zonlicht in midzomer, 138 zandstranden, 567 vierkante miles eiland, 639 miles goede wegen, 900 verbazingwekkende miles kustlijn, 6.080 archeologische sites, 6.000 jaar geschiedenis, 22.000 inwoners, 46.000Jan van Genten, 200.000 Papegaaiduikers.
Voor veel vogelaars zijn de Shetland eilanden in het noorden van Schotland een jongensdroom. De kolonies zeevogels met papegaaiduikers, zeekoeten, alken en drieteenmeeuwen blijven tot de verbeelding spreken. Maar er is veel meer, dit is ook de broedplaats van Rosse Franjepoot, Regenwulp, Stormvogel, duikers en jagers. Daar bovenop is er het altijd imponerende landschap met onvergeetlijke kliffen en moors. Vanaf de kliffen zullen we ook uitkijken naar dolfijnen en walvissen. Ook de archeologische sites vanuit het steentijdperk zijn wereld beroemd.
De vogelreis begint met een vlucht naar Edinburgh van waar we onmiddellijk doorrijden naar Aberdeen waar we om 16 uur inschepen op een ferry naar de Shetlands. We verblijven op de luxe boot tijdens de avond en nachtocht en slapen in een kajuit, we passeren langs de Orkneys. Vanop de boot hebben we reeds volop de gelegenheid om zeevogels en zeezoogdieren te bewonderen. Rond zeven uur ’s morgens komen we op Shetland aan.
Eerst verkennen we zuid Mainland met Loch of Spiggie en Loch of Hillwell waar we Roodkeelduiker in broedkleed kunnen zien, hier broeden ook Regenwulpen, Rotsduif, Zwarte zeekoet, Raaf, Tapuit en Frater. Dit gebied staat ook bekend om zijn dwaalgasten, bijeneters en Roodkeelpieper zijn hier onder anderen al waargenomen. Ook overzomeren hier regelmatig Wilde zwanen, IJsduikers, IJseenden en zelfs soms Bril Zee-eend en Koningseidereend. Hier vinden we ook de endemische soort, de Shetland Winterkoning. Vanop de kliffen van Sumburgh Head en Lax Firth bewonderen we Papegaaiduikers en de andere zeekolonievogels terwijl we speuren naar Orca’s, Dwergvinvis, Bultrugwalvis, Witflank- en Witsnuitdolfijn. Indien we tijd hebben bezoeken we ook de superbe archeologische site van Jarlshof.
Op Mousa brengen we een avondbezoek aan de ‘Broch’, een ruine van een versterkte toren, voor het stormvogeltje. We hopen deze mysterieuwe vogels die alleen ’s nachts aan land komen om te broeden zowel te zien als te horen.
Het eiland Fetlar is bekend voor zijn Rosse Franjepoten die hier in goed aantal voorkomen. In het hoogveengebied vinden we opnieuw Regenwulp maar ook Bonte Strandloper, Goudplevier, Watersnip en Tureluur. Roodkeelduikers laten hun melancholische roep horen terwijl Grote en Kleine Jager naar onze hoofden duiken. Otters vinden we hier langs de kustlijnen terwijl we vanop de korte ferrys genieten van lijntjes alken en zeekoeten.
Een spectaculaire wandeling door Schotlands tweede grootste Grote Jager kolonie brengt ons naar Hermaness vogelreservaat. De grote jagers worden hier Bonxies genoemd wat ‘slecht gehumeurd persoon’ betekent, ze hebben de gewoonte om schijnaanvallen naar de hoofden van mensen te doen, een buitengewone belevenis. Je hand boven je hoofd houden voorkomt al dat ze naar je hoofd pikken, iets wat ze trouwens zeer zelden proberen. Het blijft nij schijnaanvallen maar dat is al spectaculair genoeg. Van de 110 meter hoge, meest noordelijke Britse klifs’ bekijken we de vuurtoren van Muckle Flugga en 140.000 zeevogels: opnieuw zijn hier alle zeevogels aanwezig Noordse stormvogel, Jan van Gent, Kuifaalscholver, Zeekoet, Alk, Drieteenmeeuw, Papegaaiduiker.
Wij verplaatsen ons op het eiland steeds per minibus zodat we ook de afgelegen plaatsen kunnen bezoeken, we wisselen dit af met korte ferries naar de andere eilanden en kleine wandelingen. Het verblijf is steeds in hotel en ongetijfeld zullen we op een avond een Shetland fidler kunnen beluisteren. De terugreis gebreurt opnieuw in de avond en ’s nachts per ferry zodat we op deze reis zelfs van 2 cruise overtochten kunnen genieten. Overbodig te zeggen dat we vanop de boot weer zeevogels en zeezoogdieren kunnen bewonderen. De laatste dag rijden we van Aberdeen naar Edinburgh luchthaven.