|
1. b.Schotland: Highlands en de Orkney Islands 16/06/2007 – 26/06/2007 door Werner Coussey
Schotland 1/07/2006 – 8/07/2006 Reisverslag Kaart : Michelin 501 Regional (prijs in 2003 : 6,95 €) OS (Ordnance Survey) Landranger Map (prijs/kaart in 2003 in Schotland : 6 £) - interessante website : www.ordnancesurvey.co.uk/leisure. Enkele nuttige tips (mee te nemen tijdens bergwandelingen) : - muggenmelk : de kleine schotse mug kan geweldig vervelend zijn en steken wanneer het windstil is - 1 liter water per persoon en regelmatig drinken - regenvest en regenbroek : in enkele minuten kan het weer er volledig omslaan - warme kledij : een pull - versnaperingen voor onderweg, zoals appels en fruit biscuitkoekjes Als de mogelijkheid bestaat : uw vertrek en aankomst melden bij het startpunt. Vraag ook steeds naar de weersomstandigheden. Deze reis werd georganiseerd door : Tierra Natuurreizen 1/07/2006 De weersvoorspellingen zijn duidelijk, het wordt een zonnige dag met een temperatuur van om en bij de 23°C. We vertrekken met Ryanair vanuit Charleroi. Na een vlucht van 1u20 landen we in Glasgow Prestwick. Op de luchthaven staat er een man met een naambordje “Tierra”. Het is Jef Leestmans, onze gids. Alle verplaatsingen gebeuren met een huurauto. Onze uitvalbasis wordt KINGUSSIE, een dorp met een 1000-tal inwoners, 3 km ten noorden van Newtonmore. Kingussie betekent “Kop van het dennenbos”. Halverwege de rit houden we even halt om de benen te strekken en maken een korte wandeling. Onze eerste waarnemingen zijn enkele Boerenzwaluwen, Grote Gele Kwikstaart, Winterkoning, Huismus, Gierzwaluwen, Kievit en Scholekster. Bij aankomst vallen ons onmiddellijk de Kauwen op die de wacht houden bij of op de schouwen van de huizen. Op de top van een den zit een Groenling te zingen en vliegen enkele Koolmezen heen en weer. De weide aan de overkant van de straat, ongeveer 1 ha groot, is een konijnenhok op grote schaal. We tellen er meer dan 60. De volgende dagen zullen we er nog massa’s zien. Ook het aantal doodgereden konijnen is niet bij te houden, soms tot 2 à 3 op een afstand van 100 meter. 2/07/2006 Een plaatselijke ochtendwandeling levert volgende soorten op : Merel, Zwarte Mees, Zanglijster, Pimpelmees, Grote Bonte Specht, Houtduif, Spreeuw, Heggemus, Roodborst, Kokmeeuw, Fitis, Zwartkop, Goudvink en een Waterspreeuw (met 2 bedelende jongen op de Spey). Loch Insh (Kincraig) : De dag begint met een korte wandeling naar Loch Insh. We hebben geluk, de Visarend, gezeten op de zijtak van een hoge halfdode boom, brengt zijn verenkleed in orde en dit op een 10-tal meter van zijn horst. Waarschijnlijk heeft hij jongen maar ze zijn nog te klein om ze te kunnen waarnemen. Het levert een prachtige foto op. Gezien hij blijft alarmeren, verlaten we na een paar minuten deze plaats. Zodra we verdwenen zijn onder de bomen en struiken, wordt hij weer rustig. Op dit meer bemerken we ook nog Wilde Eend, 4 Brilduikers (v) en 2 Knobbelzwanen. Lochindorb : Na deze zeer geslaagde start zetten we onze weg verder naar Lochindorb, een meer gelegen ten noorden van Grantown. Bij dit uitgestrekte meer houden we verscheidene haltes. Er is hier weinig beweging. Toch noteren we Graspieper, Smient en Rouwkwikstaart (de Witte Kwikstaart komt hier niet voor, aldus de gids). Wat verder aan de rand van de weg in de heide is een Schots Sneeuwhoen op wandel met haar kroost (6 of 7 pulli). We kunnen haar benaderen tot op een 10-tal meter. Dan zetten ze het op een lopen, vliegen is iets voor wat later. Op het meer zelf, maar aan de overkant schatten we het aantal Grauwe Ganzen op een 300-tal. Aan de rand van het meer foerageert een Oeverloper. Een lawaaierige Tureluur vliegt over, wat later gevolgd door een Kievit en een Blauwe Reiger. Een schilderachtig baantje leidt ons naar Cawdor, een plaatsje met een kasteeltje gelegen op een 20-tal km ten oosten van Inverness. Onderweg zien we nog Stormmeeuw, Huiszwaluw, Torenvalk en een Geelgors rustend op een paaltje. Langs de weg eet een Buizerd van een doodgereden konijn. Slechts op het allerlaatste ogenblik verlaat hij zijn gratis maaltijd. Naast de aangelegde bloementuin, bezoeken we ook de wilde tuin van het kasteeltje van Cawdor, dat dateert uit de late 14de eeuw en gebouwd werd als privaat fort. Het interieur bestaat hoofdzakelijk uit prachtige wandtapijten, fijn geschilderde portretten en een collectie oude voorwerpen. In een weide in de nabijheid foerageren een 100-tal Roeken. Bij ons vertrek zien we ook nog Sijs en Distelvink. We maken nog even een omweg om Lochindorb een tweede maal aan te doen en met resultaat : Wulp, Koekoek, Oeverzwaluw, Fazant en 2 Parelduikers worden genoteerd. De Visarend die hier regelmatig komt jagen is niet van de partij. Zoals de weerberichten aangaven wordt de dag afgesloten met een fikse regenbui. Deze avond heeft Jef ons “edelhertcarbonnade” klaargemaakt. De geur alleen al deed ons watertanden. Hij is dus niet alleen gids, chauffeur, plantkundige, ornitholoog, kenner van “de plaatselijke en Schotse history”, maar iemand die zijn gasten ook ’s avonds nog verwent met culinaire specialiteiten en combinaties die niet op een menukaart voorkomen. Een andere keer kregen we “haggis met Vlaamse inslag”. Zelfs Ireen (één van de deelneemsters - ze bezocht Schotland voor de 20ste keer op 10 jaar) vond het super lekker. Het programma van deze “vogelreis” is zodanig opgesteld dat een aanpassing op het laatste moment wegens weersomstandigheden of annulatie van een boottocht, geen enkel probleem vormt. 3/07/2006 De thermometer wijst 18° C aan. De streek tussen Aviemore en Inverness is zeer dun bevolkt. We rijden kilometers zonder één huis te zien. Het is genieten van de pracht van dit landschap. Vanuit de wagen noteren we Zanglijster, Tapuit, Buizerd, Grote Lijster en Torenvalk. In de voormiddag bezoeken we de “Tomatin Distillery”, gelegen in de Monadhliath Mountains, 25 km ten zuiden van Inverness. Tomatin is een Schotse whisky die wereldwijd bekend is. Tijdens een rondleiding van ½ uur krijgen we een beter inzicht in het productieproces en nodigt de hostess ons uit om deze godendrank te proeven. Na de picknick houden we halt bij meerdere Lochs, waaronder Loch Ruthven. Enkele paartjes Kuifeend zwemmen aan de overkant van dit meer, terwijl de Kuifduiker zich moeilijk laat spotten in de telescoop. In de bomen en struiken nestelen Rietgorzen. Een bordje maakt er ons attent op : “Don’t disturb the breading birds”. In stilte verlaten we deze omgeving. In de vallei van Strath Dearn gaan we op zoek naar de Steenarend. In onze verrekijker krijgen we enkel een Buizerd te zien. Hoog op heuvels grazen de edelherten en hun kalveren. Deze worden geboren in juni/juli. De enige predatoren van deze kalveren zijn de Steenarend en de vos. Het kalf blijft bij zijn moeder tot de leeftijd van 18 maanden. Langs de rivier Findhorn treffen we ook Scholeksters en Stormmeeuwen aan. Ze zijn zeer bezorgd om hun jongen. Op onze terugrit zien we ook een Noordse Stern met een visje in de bek. 4/07/2006 Craig Maggie Vóór we het ontbijt nemen bij Jef, bemerken we in de weide voor zijn woning een koppel Rode Patrijs. We kunnen deze mooi gekleurde hoenderachtigen zeer dicht benaderen, zonder dat ze enige argwaan koesteren. Een paar minuten later zijn ze reeds digitaal te bekijken. Mogelijks is dit het koppel dat een broedpoging ondernam in de tuin van onze gids (een verlaten legsel met 7 eieren). Verstoord door een kat die reeds eerder werd opgemerkt ? Enkele veren lagen nog in de onmiddellijke nabijheid. In de sparren naast zijn woning horen we de ijle hoge roep van de Goudhaan. Creag Meagaidh (of Craig Maggie) is onze bestemming voor een wandeling van ongeveer 12 km. Onderwege trekt een kudde grazende edelherten onze aandacht. Enkele dieren springen zonder enige moeite over een afsluiting van meer dan 1,5 meter. De weideafbakeningen betekenen geen obstakel voor deze dieren. Met uitzondering van 15 Grauwe Ganzen en enkele Brandganzen is er op het meer van Laggan niets te bespeuren. Aan de ingang van het reservaat (parking Aberarder – noordwestkant van Loch Laggan) waar onze wandeling start, zijn enkele Boompiepers en een Grauwe Vliegenvanger zeer actief. Wat verder zien we het Paapje (m en v), een zingende Fitis, terwijl de Roodborsttapuit zich laat bekijken van alle kanten. Hier komen we ook Gevlekte Orchis tegen. In de laatste bomen, halverwege de klim, zingt een Vink, bedelen lawaaierige jonge Koolmezen om voedsel, horen we Kleine Barmsijzen, maar het is de Winterkoning die het luidst uit de hoek komt. Op een steen in het midden van het bergpad zit een jonge Graspieper te hijgen na zijn eerste vlucht. Een Torenvalk vliegt door de vallei. Een volwassen en 2 juveniele Waterspreeuwen vliegen voor ons uit tot aan het meer dat het eindpunt is van onze klimtocht. Naast Zwarte Mezen en een Bonte Kraai, noteren we bij onze terugkeer ook nog een Visarend, een Stormmeeuw en enkele Scholeksters in de nabijheid van Loch Laggan. Loch Morlich is het laatste meer dat we even afschuimen. Een Roodkeelduiker en 4 Brilduikers zijn zeer actief. 5/07/2006 De Cairn Gorm staat vandaag op het programma. Even ten noorden van Kingussie bevindt zich de ruïne van Ruthven Barracks. Deze werden opgetrokken in 1715 en voltooid in 1721. In feite bestond dit complex uit 2 barakken die elk 60 soldaten herbergden. In 1745 werd Ruthven succesvol verdedigt tegen een detachement van Prins Charles Edward Stuart’s leger. Maar een jaar later werden ze afgebrand. Vanaf hier beginnen de “Marshes”, of moerassen die het habitat zijn van verscheidene soorten. Vanaf de hogergelegen ruïnes zien we 4 Houtsnippen, een Tureluur, enkele Kieviten, een roepende Wulp, een Wilde Eend met kuikens en 3 Grote Lijsters. Dezelfde Visarend die we 3 dagen eerder zagen, bekijken we nu vanaf een kerkhof aan een andere zijde van het meer. Na een babbeltje met een oud vrouwtje rijden we verder naar de Cairn Gorm. Voor de niet-sportievelingen is er de mogelijkheid om, tegen betaling, met een toeristisch treintje de top van deze 1245 m hoge berg te bereiken. Er is dan echter geen mogelijkheid om boven te wandelen en je moet ook met het treintje terug. Wij doen het te voet. Op de parking die het vertrek en aankomst vormt van deze wandeling (die heel wat inspanning vraagt), vliegt een Rouwkwikstaart heen en weer. Tijdens de hele beklimming horen we de Graspiepers. Op de top van een steen houdt een Tapuit de wacht. Op een hoogte van ongeveer 900 m is er een tussenplateau. Hier broedt de Morinelplevier. Je stapt er haast voorbij zonder hem op te merken. Zijn schutkleur is zijn grote troef. Na een foto te hebben genomen laten we hem eenzaam achter. 100 m hoger horen we de Beflijster en vliegen er zelfs enkele Sneeuwgorzen rond. Je krijgt ze slechts enkele seconden te zien. Tijdens de afdaling, die een echte kuitenbijter is, geeft een info-paal aan dat men deze omgeving bij voorkeur in alle stilte dwarst. Het is de broedplaats van een Beflijster. Jef had wat voorsprong genomen om nog tijdig voor iedereen een verfrissing te bestellen (om 17u00 gaat de bar onverbiddelijk dicht). Bij aankomst was een pint “Stag” (een pint = 0,5 liter) de beloning voor een meer dan 5 uur durende inspanning op de flanken van de Cairn Gorm. 6/07/2006 Boottocht vanuit Macduff. Reisweg : Kingussie – Grantown-on-Spey – Tomintoul – Keith – Macduff en terug. Oeverzwaluwen merken we op ter hoogte van Nethy Bridge. We komen voorbij Tomintoul, het hoogst gelegen dorpje in Schotland. De dorpjes Minmore en Glenlivet, bekend om hun whiskystokerijen, liggen in een schilderachtig landschap. De heuvels tussen Craigellachie en Keith zijn bezet met grote roze vlekken : het is de Rode Dopheide. In de omgeving van Glenlivet maken we een korte wandeling rond Drumin Castle. Dit klein kasteeltje is nog bewoond en is niet toegankelijk voor het publiek. In Macduff wordt er gepicknickt op een parking aan de rand van de baai. 4 soorten meeuwen zitten hier aan de waterrand : Zilvermeeuw, Kokmeeuw, Grote Mantelmeeuw en Kleine Mantelmeeuw. Na een verfrissing in een plaatselijke pub begeven we ons naar de kaai, waar we om 14u00 afvaren met de vissersboot “Puffin” (= papegaaiduiker, een toepasselijke naam) voor een 3 uur durende tocht. Enkele minuten later duiken al enkele Kuifaalscholvers op en wat verder vliegen Zwarte Zeekoeten laag over het water. Ook de Jan-van-gent komt regelmatig langs onze boot gevlogen. Zeekoeten zwemmen onder water om ons te ontwijken. De Noordse Stormvogels daarentegen blijven rustig dobberen op de lichte deining van de golven. Soorten aanwezig in de zomer en schatting van hun aantal : Zeekoeten : 22.000 paar Alken : 2.000 paar Drieteenmeeuwen : 15.000 paar Jan-van-gent : 10.000 paar Noordse Stormvogel : 2.000 paar Aalscholver : weinig Kuifaalscholver : weinig Zwarte Zeekoet : weinig De schipper trekt onze aandacht op een groep Papegaaiduikers (+/- 30 exemplaren). Hij zag ze voor het eerst een week geleden. Een Grote Jager peuzelt een in het waterliggende Zilvermeeuw op, terwijl een Kleine Jager een Kokmeeuw achtervolgt tot deze zijn gevangen buit afstaat. In één van de baaien ligt het vissersdorpje Pennan. Na de storm van 31 januari 1953 verhuisden veel bewoners naar Gardenstown. Sommige leegstaande huisjes werden toen verkocht voor 50 £. Verleden jaar werd één van die huisjes opnieuw verkocht als vakantiewoning tegen de prijs van 79.000 £. De Jan-van-gent broedt in kolonie op de steile rotskust die zo goed als ontoegankelijk is. De Drieteenmeeuw daarentegen broedt ook in kolonie maar op de bijna loodrechte rotsflanken. Op een uitstekende rots in zee liggen 6 Grijze Zeehonden te zonnebaden. De 2 Walvissen die zich reeds enkele dagen ter hoogte van Troup Head ophouden en de groep Dolfijnen (tuimelaars) die regelmatig tot vlak bij de vissersboot zwemt, laten zich vandaag niet zien. Rond 17u00 slaat het weer om, het wordt zeer fris en winderig en wanneer we aan wal zijn begint het te stortregenen. Ook dat is Schotland. 7/07/2006 Kingussie – Glasgow – Ayr Het is de bedoeling om te overnachten in Ayr om ’s anderendaags zonder risico de luchthaven van Glasgow Prestwick te bereiken. Glasgow is nogal gekend voor zijn kilometerslange files buiten de ring. We houden halt in Fort William om even door de hoofdstraat te wandelen en er een tas soep te drinken. Op de terugweg naar de wagen merken we nog een Oeverpieper op die de spleten en de begroeiïng op de kaaimuur inpecteert. Ter hoogte van Glencoe cirkelt er een Raaf boven de heuvelranden. Een Bonte Kraai zittend op een paaltje langs de weg, ontsnapt niet aan onze aandacht. Een file ingevolge wegeniswerken deed ons kostbare tijd verliezen. Toch was een half uurtje voor Jef voldoende om de wagen af te leveren bij de verhuurfirma, van ons afscheid te nemen en zijn trein te halen in het station Prestwick met bestemming Kingussie. De groep overnacht in Kilkerran Guest House in Ayr, een “B & B” (bed and breakfast), gelegen op 3 km van de luchthaven. 8/07/2006 Na een korte ochtendwandeling en de breakfast brengt een taxi ons naar de luchthaven. We landen veilig in Charleroi, na een vlucht van 1u10. Een tevreden groep neemt hier afscheid na een week samen genieten van al het moois dat dit land te bieden heeft. Bijna 100 vogelsoorten worden genoteerd. Lutgarde hield een lijst bij met de waargenomen planten. Jef ….. bedankt voor de gastvrijheid en de manier waarop je ons steeds wist te boeien. We kijken nu al uit naar het programma van volgend jaar (de Orkney Islands). Werner Goussey.
|